Gisteren ging mijn overdenking over de vraag of we werkelijk zien wat een ander nodig heeft.
Vandaag wil ik daar nog een stapje verder in gaan.
Want voordat we kunnen kijken naar wat iemand nodig heeft, moeten we misschien eerst eerlijk kijken naar hoe wij naar die ander kijken.
We leven in een wereld waarin mensen steeds vaker tegenover elkaar lijken te staan.
Wit tegenover zwart.
Links tegenover rechts.
Gelovig tegenover niet-gelovig.
Voor of tegen.
We praten veel over elkaar.
Maar praten we nog genoeg met elkaar?
En luisteren we dan ook echt?
Dezelfde situatie, een andere blik
Soms zit ongelijke behandeling niet in grote woorden of duidelijke afwijzing.
Soms zit het in hele kleine dingen.
Een witte man wordt boos en verheft zijn stem.
We zien dat hij geraakt of emotioneel is.
Een zwarte man doet hetzelfde.
En misschien denken we nét iets sneller:
“Poeh… wat reageert hij agressief.”
Een witte vrouw zegt stevig wat ze vindt.
We noemen haar krachtig of assertief.
Een zwarte vrouw doet hetzelfde.
En misschien ervaren we haar eerder als fel of intimiderend.
Iemand heeft moeite met de Nederlandse taal.
Bij de één denken we:
“Hoe kunnen we helpen? Misschien is extra ondersteuning nodig.”
Bij de ander klinkt misschien:
“Hoe is die eigenlijk door de selectie gekomen?”
Hetzelfde gedrag.
Dezelfde hulpvraag.
En toch soms een andere beoordeling.
Dat vind ik confronterend.
Juist omdat het lang niet altijd bewust gebeurt.
Maar ik discrimineer toch niet?
Volgens mij staan de meeste mensen ’s morgens niet op met het idee:
Vandaag ga ik iemand discrimineren.
We leren onze kinderen dat iedereen gelijkwaardig is. Organisaties spreken over diversiteit en inclusie. We zeggen dat iedereen eerlijk behandeld moet worden. En velen van ons zeggen dat we onze naaste moeten liefhebben.
En toch ervaren mensen nog steeds discriminatie, racisme en ongelijke behandeling.
Dus ergens gaat het mis.
Misschien omdat we discriminatie vooral herkennen wanneer het heel duidelijk is.
Maar wat als het ook zit in onze verwachtingen?
In wie we sneller vertrouwen.
Wie fouten mag maken.
Wie het voordeel van de twijfel krijgt.
Bij wie we potentie zien.
Bij wie we denken: die heeft wat extra ondersteuning nodig.
En bij wie we bij precies hetzelfde tekort denken:
Misschien hoort diegene hier niet.
Dan gaat bewustwording ineens niet meer alleen over de ander.
Dan gaat het ook over mij.
Durf ik te luisteren?
Misschien wordt het nog ingewikkelder wanneer iemand het verschil benoemt.
Wanneer iemand zegt:
“Ik heb het gevoel dat ik anders word behandeld vanwege mijn huidskleur.”
Hoe reageren we dan?
Luisteren we?
Of denken we meteen:
“Daar heb je het weer.”
“Waarom moet alles over kleur gaan?”
“Ik zie helemaal geen kleur.”
“Zo bedoelde ik het toch niet?”
Goede bedoelingen zijn belangrijk.
Maar misschien kunnen we daarnaast ook nieuwsgierig zijn naar wat de ander heeft ervaren.
Niet meteen verdedigen.
Niet meteen uitleggen.
Niet meteen bepalen of de ander het wel goed heeft gezien.
Maar gewoon vragen:
“Vertel eens… wat gebeurde er?”
Want luisteren naar iemands ervaring betekent niet automatisch dat je schuld bekent.
Het betekent dat je bereid bent te accepteren dat een ander iets kan meemaken wat jij vanuit jouw positie misschien niet ziet.
En andersom geldt dat natuurlijk ook.
We hoeven elkaar niet eerst volledig te begrijpen om elkaar serieus te kunnen nemen.
De spiegel
En dan komt voor mij het moeilijkste gedeelte.
Niet kijken naar hen.
Maar naar mezelf.
Wie krijgt van mij gemakkelijk het voordeel van de twijfel?
Bij wie heb ik sneller mijn oordeel klaar?
Wie mag van mij boos zijn?
Wie mag fouten maken?
Bij wie zie ik mogelijkheden?
En bij wie zie ik vooral wat nog niet goed genoeg is?
Zou ik precies hetzelfde hebben gedacht wanneer hier iemand anders had gestaan?
Een andere huidskleur.
Een andere naam.
Een ander accent.
Een andere afkomst.
Een andere functie.
Een andere achtergrond.
Poeh…
Dat is best een spiegel.
Maar wel eentje waar ik zelf óók in moet kijken.
Want ook ik ben gevormd door mijn opvoeding, cultuur, omgeving, ervaringen en alles wat ik in mijn leven heb meegekregen.
Bewustwording gaat voor mij daarom niet over:
“Kijk eens wat jij allemaal verkeerd doet.”
Het gaat veel meer over:
“Hé… misschien is hier iets wat wij samen anders kunnen doen.”
Niet hetzelfde, wel eerlijk
Gisteren schreef ik al dat eerlijk behandelen niet betekent dat iedereen precies hetzelfde moet krijgen.
We beginnen immers niet allemaal op hetzelfde startpunt.
Soms heeft iemand extra ondersteuning nodig om daadwerkelijk mee te kunnen doen.
Dat is geen voortrekken.
Dat is maatwerk.
Maar vandaag voeg ik daar iets aan toe:
voordat we kunnen bepalen wat iemand nodig heeft, moeten we ons ook bewust zijn van de bril waardoor wij naar die persoon kijken.
Want als onze verwachtingen verschillend zijn, kan zelfs ons idee van wat ‘eerlijk’ is gekleurd worden.
En precies daarom hebben we elkaar nodig.
Om elkaar soms iets te laten zien wat we zelf nog niet zagen.
Niet om tegenover elkaar te komen staan.
Maar juist om dichter bij elkaar te komen.
Misschien begint het hier
Ik verlang niet naar een wereld waarin we geen verschillen meer zien.
Ik verlang naar een wereld waarin verschillen er mogen zijn zonder dat ze bepalen hoeveel vertrouwen, waardigheid, ruimte of kansen iemand krijgt.
Waarin we over racisme kunnen praten zonder dat iedere witte persoon zich automatisch beschuldigd hoeft te voelen.
Maar óók een wereld waarin een zwart persoon een ervaring met racisme of discriminatie kan benoemen zonder direct gezien te worden als iemand die klaagt, zich als slachtoffer opstelt of polariseert.
We hoeven niet tegenover elkaar te staan om hierover te praten.
Sterker nog:
we hebben elkaar juist nodig.
Misschien kunnen wij alle haat en verdeeldheid in de wereld niet oplossen.
Maar we hebben wel invloed op het stukje wereld om ons heen.
Thuis.
Op het werk.
In de klas.
Binnen onze organisaties.
In de kerk.
Op straat.
Aan tafel.
Door iets langer te luisteren.
Iets minder snel te oordelen.
Een vraag extra te stellen.
En af en toe eerlijk aan onszelf te vragen:
Meet ik werkelijk met dezelfde maatstaf?
Niet om onszelf of elkaar te veroordelen.
Maar omdat verandering ergens moet beginnen.
Niet bij wit.
Niet bij zwart.
Niet bij hen.
Maar bij ons.
Want misschien komen we pas weer dichter bij elkaar wanneer we niet alleen vragen:
“Zie jij wat een ander nodig heeft?”
maar ook:
“Kan ik de ander werkelijk zien?”
Nibte – van bewustwording naar professioneel handelen.
