Humor hoort voor mij bij het leven. En zeker ook bij het werk.
Binnen de politie heeft humor soms een bijzondere functie. In het politiewerk word je geconfronteerd met situaties die heftig, verdrietig en soms nauwelijks te bevatten zijn. Je ziet en hoort dingen die je niet zomaar aan het einde van een dienst achter je laat.
Humor kan dan een uitlaatklep zijn.
Een manier om spanning te ontladen, te relativeren en samen met collega’s om te gaan met wat je hebt gezien of meegemaakt. Die humor kan scherp zijn en voor iemand van buiten de politie soms moeilijk te begrijpen.
Ik herken en begrijp die functie van humor.
Tegelijkertijd denk ik dat we onderscheid moeten blijven maken tussen humor die helpt om met een situatie om te gaan en humor die ten koste gaat van een ander.
Want niet elke grap is grappig.
Een opmerking over iemands uiterlijk, afkomst, accent, geloof, leeftijd, gender, functie of persoonlijke omstandigheden kan voor de één onschuldig lijken, terwijl diezelfde woorden een ander raken.
En soms volgt dan:
“Het was maar een grapje.”
Maar een goede bedoeling betekent niet automatisch dat iets ook goed wordt ontvangen.
Dat vind ik een belangrijk onderdeel van bewustwording. Niet alleen kijken naar wat ik bedoelde, maar ook bereid zijn stil te staan bij wat mijn woorden met een ander kunnen doen.
Dat betekent voor mij niet dat we voortdurend op onze woorden moeten letten of bang moeten worden om nog een grap te maken. Humor mag er zijn. Juist in een werkomgeving waarin mensen onder druk werken en veel meemaken, kan humor enorm waardevol zijn.
Maar humor als uitlaatklep is iets anders dan humor die iemand kleiner maakt, buitensluit of steeds opnieuw tot onderwerp maakt.
En juist daar raakt humor voor mij aan professioneel handelen.
Sociale veiligheid wordt niet alleen bepaald door beleid, protocollen of afspraken. Het zit ook in onze dagelijkse omgang met elkaar. Tijdens de koffie, in een overleg, in de auto, in een groepsapp of gewoon in een gesprek tussen collega’s.
Het zit in wat we zeggen.
Maar misschien nog meer in wat we doen wanneer iemand aangeeft dat iets hem of haar heeft geraakt.
Ga ik uitleggen waarom het volgens mij wél grappig was?
Zeg ik dat iemand zich niet zo moet aanstellen?
Of kan ik luisteren zonder direct mijn bedoeling te verdedigen?
En dit geldt natuurlijk niet alleen binnen de politie of op het werk. Ook binnen families, vriendengroepen en andere sociale omgevingen kan humor verbinden én ongemerkt een grens raken.
We hoeven humor niet kleiner te maken om meer rekening met elkaar te houden.
Misschien wordt humor juist sterker wanneer iedereen mee kan lachen en niemand het gevoel heeft dat hij of zij de prijs voor die lach betaalt.
Humor mag ontladen.
Humor mag relativeren.
Humor mag verbinden.
Maar niet elke grap is grappig.
