Ik zie mezelf graag als iemand die open naar anderen kijkt.
Iemand die ruimte laat voor verschillen, niet te snel oordeelt en probeert de mens achter het gedrag te blijven zien.
Maar wanneer ik werkelijk eerlijk naar mezelf kijk, weet ik ook dat ik niet onbevooroordeeld door het leven ga.
En misschien kan dat ook helemaal niet.
Want ook mijn blik is ergens gevormd.
Door mijn opvoeding. De omgeving waarin ik ben opgegroeid. De mensen met wie ik mij heb omringd. Mijn opleiding, werk en levenservaringen. Door wat mij is geleerd over wat normaal, goed, wenselijk of juist afwijkend zou zijn. En door mijn eigen waarden, overtuigingen en referentiekader.
Alles wat ik heb meegekregen en meegemaakt, neem ik op de een of andere manier mee wanneer ik een ander ontmoet.
Daardoor kan er soms al een beeld ontstaan voordat iemand goed en wel iets heeft gezegd.
Door iemands uiterlijk. Leeftijd. Manier van praten. Opleiding. Functie. Achtergrond. Kleding. Houding. Of simpelweg doordat iemand mij onbewust doet denken aan iemand met wie ik eerder een bepaalde ervaring heb gehad.
Die eerste gedachte ontstaat soms in een fractie van een seconde.
En juist omdat dat zo vanzelfsprekend en onbewust kan gebeuren, vind ik het belangrijk om mijn eigen blik te blijven onderzoeken.
Zeker in mijn werk.
Want een onbewust beeld blijft niet altijd alleen een gedachte. Het kan ongemerkt invloed krijgen op mijn professionele handelen.
Op hoe aandachtig ik naar iemand luister. Hoeveel ruimte ik iemand geef. Wiens mening ik serieus neem. Van wie ik veel verwacht en van wie misschien minder. Wie ik sneller vertrouw. Wie ik het voordeel van de twijfel geef. Of wie ik geschikt vind voor een bepaalde taak, verantwoordelijkheid of positie.
Zelfs hetzelfde gedrag kan ik anders interpreteren, afhankelijk van wie het laat zien.
Directheid kan bij de één worden gezien als daadkracht en bij een ander als dominant. Stilte kan worden uitgelegd als onzekerheid, terwijl iemand misschien juist zorgvuldig observeert. Iemand die gemakkelijk spreekt en zichtbaar aanwezig is, kan sneller als deskundig worden ervaren dan iemand die dezelfde kennis op een andere manier laat zien.
Dat hoeft niet te betekenen dat ik bewust onderscheid wil maken.
Maar het betekent ook niet dat mijn handelen daardoor automatisch neutraal is.
Daar zit voor mij een belangrijk onderdeel van professioneel handelen.
Niet in de overtuiging dat ik zonder vooroordelen ben, maar in de bereidheid om mezelf te blijven bevragen.
Waar komt mijn eerste gedachte vandaan?
Waar baseer ik mijn oordeel werkelijk op?
Wat weet ik daadwerkelijk van deze persoon?
En wat heb ik, vanuit mijn eigen referentiekader, misschien zelf al ingevuld?
Die bewustwording vind ik niet alleen belangrijk in mijn werk.
Ook privé ontmoet ik mensen vanuit alles wat mij heeft gevormd. En de ander ontmoet mij vanuit een eigen geschiedenis, opvoeding, omgeving, ervaringen en referentiekader.
We kijken allemaal door onze eigen bril naar de wereld.
Misschien kunnen we die bril nooit helemaal afzetten.
Maar we kunnen ons er wel bewust van worden dát we hem dragen.
En juist in de ruimte tussen mijn eerste gedachte en wat ik vervolgens zeg, doe of besluit, kan ik ervoor kiezen nog een keer te kijken.
Niet alleen vanuit wat ik denk te zien, maar met ruimte voor wie de ander werkelijk is.
